Utrechtdichter van mei: Mark Boog

Mark Boog (1970) heeft zeven poëziebundels en vijf romans op zijn naam staan, zijn werk is vertaald in meerdere talen en de recensies zijn lovend. Toch ging het hem in de literaire wereld niet altijd zo voortvarend af. Toen hij op zijn tweeëntwintigste met schrijven begon, stuurde hij iedere maand zijn werk naar vijf á zes literaire tijdschriften. Hij werd steeds afgewezen, maar bleef insturen: “Na een tijdje werden de afwijzingsbrieven handgeschreven, dus íemand had ze nu in ieder geval gelezen – dat was al een stap vooruit.”

Het eerste tijdschrift dat serieuze interesse in Boog toonde was De Gids. Het was ook de Gids die Boog bij uitgeverij Meulenhoff voorstelde. Boogs debuutbundel Alsof er iets gebeurt won in 2001 de Buddingh-prijs en daarna ging het snel: zijn eerste roman, Vuistslag, volgde datzelfde jaar. “Als je eenmaal gepubliceerd bent, wordt het makkelijker”, zegt Boog. “Dan lezen ze ook echt wat je opstuurt.”

Naast het schrijven van succesvolle poëziebundels en romans, heeft Boog samen met Poetry in Motion enkele gedichten op muziek gezet. Min of meer dan. Op de vraag of hij zijn gedichten dan zingt, lacht hij. “Nee, ik kan niet zingen dus het is voordracht op muziek. Dat is een geluk bij een ongeluk, want gezongen poëzie gaat bijna altijd mis.” Gezongen of voorgedragen, de band heeft succes: begin april hadden ze een optreden in Berlijn en nu zijn ze op zoek naar podia in Nederland. De muziek is verkrijgbaar op CD bij Boogs verzamelbundel Het eigen oor, of los onder de titel Men verheuge zich op de muziek.

Ondanks de lovende kritieken en het enthousiasme van uitgevers en lezers, blijft Boog nuchter. “Je begint met een invalsregel en dan moet je er gewoon voor gaan zitten - als je op inspiratie gaat wachten, kan het lang duren. Wanneer je klaar bent met schrijven, schrap je die eerste invalsregel. En ook de laatste regel. Dat is het geheim.” Hij lacht erbij, alsof hij zich verontschuldigt dat hij een schrijfwijze heeft gevonden die voor hem werkt en zo het beeld van de worstelende kunstenaar teniet doet. Hij voegt er meteen aan toe dat het niet helemáál zo gemakkelijk is: “Achteraf heb je vaak iets anders geschreven dan je voor ogen had en dan ben je even teleurgesteld, maar daarna blijkt dat het lang niet slecht is. Het is misschien wel goed dat het zo werkt.”

 

Tekst: Steffie de Vaan

Geplaatst door Michaël op 1 mei 2012