Utrechtdichter van de maand: Simon Mulder

Als je Simon Mulder (1986), dichter en voordrachtskunstenaar, onberispelijk gekleed ziet in driedelig pak en hoed, worden herinneringen opgeroepen aan een tijd waarin de wereld duidelijker was en de omgangsregels scherper omlijnd. Ook Mulders poëzie herinnert hieraan: "In de moderne kunst en maatschappij zijn we versplinterd geraakt en alle richting kwijt. Ik probeer in mijn poëzie deze versplintering te helen en terug te keren naar de menselijke maat."


Mulder staat daarin niet alleen, maar laat zich inspireren door de Tachtigers; een poëziestroming die zich vormde tussen 1880 en 1894 . "Zoals veel dichters begon ik met vrije-vormverzen, maar toen ontdekte ik het gedicht Dood-gaan van Willem Kloos. Dat wakkerde mijn fascinatie voor het klassieke vers aan en langzaam ging ik steeds vormvaster dichten."

Ook qua thema's sluit Mulder aan bij de klassieke dichters die schreven over liefde en dood. Volgens hem schuilt een meerwaarde in deze koppeling van vormvaste poëzie en grootse inspiratie "De vaste vorm is een ambachtelijk handwerk dat je kunt leren, maar deze moet in evenwicht zijn met je inhoud. Door je op vorm én inhoud te richten, krijg je een sterk gedicht."

Mulder pleit echter niet voor een terugkeer naar het verleden, maar naar het verbinden van heden en verleden. Zo schrijft hij naast de klassieke thema's over de moderne stad en heeft hij het Feest der Poëzie en bijbehorende tijdschrift Avantgaerde opgericht. Deze laatste zijn een podium voor eigentijdse dichters die zich, evenals Mulder, laten inspireren door klassieke vormverzen en voordrachtskunst.

Lees hier het Utrechtgedicht van Simon Mulder.

(tekst: Steffie de Vaan)

Geplaatst door Michaël op 4 februari 2011