Ida Gerhardt

1905 - 1997

Ida Gerhardt (Gorkum, 1905 - Warnsveld, 1997) was een Nederlands dichteres en classica. Daarnaast heeft zij literatuur vertaald uit het Latijn en het Hebreeuws.

Gerhardt komt uit een gezin met vier kinderen, drie meisjes en een jongetje dat maar een dag leefde. Gerhardt en haar zusjes waren erg leergierig, wat niet naar de zin van hun moeder was. Ondanks dat haar moeder er niet mee eens was, ging Gerhardt in 1916 naar het Erasmiaans Gymnasium. Hier kreeg ze les van de dichter J.H. Leopold, die haar en inspireerde tot de liefde voor klassieke letteren, poëzie en filosofie.

Na haar eindexamen in 1924 studeerde ze klassieke talen in Leiden. Nadat haar moeder pyschisch ziek werd en in een oprichting moest worden opgenomen, studeerde ze klassieke talen en oude geschiedenis in Utrecht. Hier ontmoette ze haar levenspartner, de Neerlandica Marie van der Zeyde. Ook Marie van der Zeyde was geïnspireerd door Leopold. In 1933 slaagde Gerhardt voor haar doctoraalexamen.

In mei 1940 debuteerde Gerhardt met de dichtbundel 'Kosmos'. Haar werk kreeg pas echt waardering vanaf 1970, toen de uitgever en classicus Johan B.W. Polak zich inzette voor uitgaven en heruitgaven van haar werk. Ook de gunstige recensies van Kees Fens en anderen droegen bij tot haar faam. In haar klassieke en vormvaste verzen zijn de tradities van christendom en Grieks-Romeinse oudheid naadloos met elkaar verklonken. Een aantal thema’s die Gerhardt in haar werk aansnijdt zijn de spanningen van een ongelukkige jeugd, hypocrisie en de teloorgang van het Hollandsche landschap.

Aan het eind van de jaren tachtig begon Gerhardt aan paranoia te lijden. Ze overleed in 1997 in een verzorgingshuis.

 

 

De reiskameraad uit 'De adelaarsvarens '(1988)

Op een onaards uur vertrokken,
wars van alles, zonder reisplan,
elke overlegging mijdend
en mij weidend in mijn vrijheid
bij het dansen van de draden,
weet ik feestelijk in mijn jaszak
het kompas, dat onder Arkel
ik als kind eens op een morgen
heb gevonden in de wegberm.

Dat mijn trots was, dat het nog is,
dat ik Boreas gedoopt heb.
Waaraan nooit iets gemankeerd heeft.
Of ik zuidwaarts ga of zigzag,
onomkoopbaar, onverbiddelijk
richt zich de magneetnaald noordwaarts.
Eindelijk reizen wij weer samen,
twee die bij elkander horen,
twee die aan elkaar gewaagd zijn.

Foto: Ron Kroon

Opnames

Nog geen opnames beschikbaar.

Bibliografie

Het levend monogram ()
Kosmos (1940)
De natuur en haar vormen (De rerum natura) (1942)
Het veerhuis (1945)
Buiten schot (1947)
Bij de jaarwende (1948)
Kwatrijnen in opdracht (1949)
Vergilius' Het boerenbedrijf (Georgica) (1949)
Sonnetten van een leraar (1951)
De argelozen (1956)
De hovenier (1961)
De slechtvalk (1966)
De ravenveer (1970)
Twee uur: de klokken antwoordden elkaar (1971)
Vijf vuurstenen (1974)
Het sterreschip (1979)
Dolen en dromen (1980)
De zomen van het licht (1983)
De adelaarsvarens (1988)
De adelaarsvarens (1988)
Hoefprent van Pegasus (1996)
Gebroken lied: een vriendschap met Ida Gerhardt (1999)
Verzamelde gedichten (3 dln) (1999)
Zeven maal om de aarde te gaan (2001)
Vroege verzen (1978)
Nu ik hier iets zeggen mag (voordrachten) (1980)
Verzamelde gedichten (1980)

Links