Jan Terlouw

1931

Jan Terlouw (Kamperveen, 1931) is fysicus, kinderboekenschrijver en voormalig politicus. In 1970 debuteerde hij met de jeugdroman ‘Pjotr’.

Jan Terlouw groeide op in de Veluwse dorpen Garderen en Wezep, waar zijn vader Gereformeerde Bonds-predikant was. Hij begon in 1948 met de studie Wis- en natuurkunde aan de Rijksuniversiteit in Utrecht (thans de Universiteit Utrecht). In 1956 behaalde hij zijn doctoraalexamen. Tijdens zijn studie vervulde hij een functie als bestuurslid van studievereniging A-E. In 1964 promoveerde Terlouw op een onderzoek naar kernfusie aan het FOM-instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen.

Na dertien jaar wetenschappelijk onderzoek te hebben verricht, besloot Terlouw om kinderboekenschrijver en politicus te worden.

Het was zijn vrouw, Alexandra van Hulst, die Terlouw stimuleerde zijn zelfverzonnen verhalen voor kinderen te gaan publiceren. Terlouw heeft voornamelijk jeugdliteratuur geschreven met een politieke achtergrond. Onderwerpen die in zijn jeugdliteratuur naar voren komen zijn onder andere: het milieu, de politiek, de geschiedenis, democratie, het vrije woord, het liberalisme en anti-extremisme. Door middel van zijn jeugdliteratuur laat Terlouw zien dat er meer kanten aan deze problemen zitten en dat je problemen van alle kanten moet bekijken voordat je een beslissing neemt. In zijn boeken komt vaak een jongere voor die het verkeerde pad op is gegaan en aan het einde van het boek besluit dat kritisch denken toch het belangrijkste is. Dat zijn literaire debuut samenvalt met zijn eerste schreden in de politiek is op het tweede gezicht dus niet zo vreemd.

In 1971 kwam hij voor D66 in de Tweede Kamer. In diezelfde tijd publiceerde hij zijn bekendste boeken, zoals ‘Pjotr’ (1970), ‘Koning van Katoren’ (1971) en ‘Oorlogswinter’ (1972). Dit laatstgenoemde boek werd in 2008 verfilmd en in 2010 volgde de verfilming van ‘Briefgeheim’ (1973). In 2012 kwam de verfilming van ‘Koning van Katoren’ uit.

In 1972 werd Terlouw Fractievoorzitter voor D66 in de Tweede Kamer. Onder zijn leiding behaalde de partij bij de verkiezingen van 1981 maar liefst 17 zetels. Terlouw werd minister van Economische Zaken, en vicepremier, in de kabinetten-Van Agt II en III.

Na de verkiezingsnederlaag van D66 in 1982 verliet hij de politiek. Hij ging in 1983 in Parijs werken, als secretaris-generaal van de Conferentie van Europese transportministers. In 1991 werd hij benoemd tot Commissaris van de Koningin in Gelderland. Eind 1996 ging hij met pensioen. In 1999 werd Terlouw senator in de Eerste Kamer.

Nog steeds zet Terlouw zich in voor mensen- en dierenrechtenorganisaties. Hij is voorzitter van de projectgroep Aalherstel, waar hij zich samen met onder meer natuurorganisaties, geadviseerd door wetenschappers, inzet voor het herstel van de bedreigde aal.
Terlouw was ambassadeur van Stichting Varkens in Nood en voerde campagne voor de partij Water Natuurlijk. Bij IKV-Pax Christi werd hij in 2011 benoemd tot de eerste Minister van Vrede.

In december 2012 gaf Terlouw in een interview met 'Omroep Gelderland' aan dat hij geen kinderboeken meer wilde schrijven. "Hun wereld [d.w.z. die van kinderen] is gevuld met computerspelletjes, twitteren en mobiele telefoons. Dat staat te ver van mij af. Als ik daarover moet gaan schrijven komt het gekunsteld over", aldus Terlouw.

Wel schreef hij samen met zijn dochter Sanne Terlouw detectives rond een vader en een dochter die samen moorden oplossen.


Fragment uit hoofdstuk 1 van ‘Briefgeheim’ (1973)

"Eva en Jackie hadden het grootste deel van de zaterdag samen doorgebracht. Dat was niets ongewoons. Ze waren bezig aan de laatste paar maanden van de basisschool, en al vanaf de eerste klas waren ze hartsvriendinnen. Ze woonden in dezelfde laan, niet meer dan een paar huizen van elkaar.

Verschillend waren ze overigens wel, die twee. Eva tenger, magere schouders en armen, een beetje bangig ook. Jackie hoog op de benen, een hardloopster van jewelste, altijd te vinden voor een geintje. Ze durfde ongeveer alles, en volgens Eva was ze mateloos brutaal. Verder had ze een broer, terwijl Eva van Zuilen enig kind was. Tja, die broer, Thomas Smit van Zevenbergen. Hij was elf, een jaar jonger dan zijn zusje, maar veel respect voor haar toonde hij niet. Hij verbeeldde zich dat hij veel sterker was dan zij, maar dat was niet bewezen. Als ze ruzie hadden won degene die het kwaadst was, en dat wisselde nogal eens.

Thomas kon enorm goed gooien met stenen. Hij kon bijvoorbeeld de wijzerplaat van de kerktoren raken met een steen, en deed dat dan ook geregeld. De wijzers raken, dat was even iets moeilijker, dat lukte niet zo vaak. Het was een keer gebeurd dat ze om vijf over halfnegen langs de toren kwamen, terwijl de school al om half begon. Toen had Thomas zijn meesterworp gedaan. Met een driehoekige kei had hij het vijf vóór halfnegen gemaakt en daarna waren ze hard naar school gehold. ‘Schoolblijven,’ had de meester gezegd, maar Jackie had op de torenklok gewezen, die je vanuit het lokaal kon zien, en ze had gezegd dat het nog niet eens half was. En toen zei de meester dat de klok achterliep, maar goed, schoolblijven hoefde dan niet. Dat was een grote dag voor Thomas. Om elf uur zat hij nog te glunderen, of was het tien over elf?"

Foto: CC Wikipedia

Opnames

Nog geen opnames beschikbaar.

Bibliografie

Pjotr (Unieboek , 1970)
Oom Willibrord (Lemniscaat, 1970)
Bij ons in Caddum (Van Holkema & Warendorf, 1971)
Koning van Katoren (Lemniscaat, 1971)
Oorlogswinter (Lemniscaat, 1972)
Briefgeheim (Lemniscaat, 1973)
De heks van IJsselstein (Lemniscaat, 1974)
De nieuwe trapeze (samen met Paul Biegel) (Wolters-Noordhoff, 1975)
Oosterschelde; Windkracht 10 (Lemniscaat, 1976 )
De derde kamer (L.J. Veen, 1978)
De kloof (Lemniscaat, 1973)
Naar zeventien zetels en terug (L.J. Veen, 1983)
Gevangenis met een open deur (Lemniscaat, 1986)
De kunstrijder (Lemniscaat, 1989)
De uitdaging en andere verhalen (Lemniscaat, 1993)
Eigen rechter (Lemniscaat, 1998)
Herfstdagboek (L.J. Veen, 2005)
De Charmeur (samen met Sanne Terlouw) (Nieuw Amsterdam, 2006)
Venijn (samen met Sanne Terlouw) (Nieuw Amsterdam, 2007)
De Apotheker (samen met Sanne Terlouw) (Nieuw Amsterdam, 2008)
De Blauwe Tweeling (samen met Sanne Terlouw) (Nieuw Amsterdam, 2009)
De Vuurtoren (samen met Sanne Terlouw (Nieuw Amsterdam, 2010)
Hellehonden (samen met Sanne Terlouw) (Nieuw Amsterdam, 2011)
Hoed u voor mensen die iets zeker weten (Lemniscaat, 2011)
De Verdwenen Menora (samen met Sanne Terlouw) (De Kring, 2013)

Links