Jodocus van Lodenstein

1620 - 1677

Jodocus van Lodenstein (Delft, 1620 - Utrecht, 1677) was een Utrechtse dichter en predikant. Van Lodenstein stamde uit een Delfts regentengeslacht. Hij studeerde theologie in Utrecht en volgde hier onder andere colleges van Gisbertus Voetius, bij wie ook Anna Maria van Schurman colleges volgde.

Jodocus van Lodenstein was een vermogend man, maar ontzegde zichzelf elke vorm van luxe in zijn statig buitenhuis. Hij at bijna nooit vlees, verdunde zijn wijn met water en leefde alleen. Hij ging om negen uur naar bed en stond om drie uur op. Alleen de liefde van God was voor hem van belang.

Wanneer hij op zondag als dominee zijn preken gehouden had, stond Van Lodenstein zichzelf enige ontspanning toe: dichten. Hij schreef vrome verzen waarin hij probeerde iets van Gods aanwezigheid te proeven. Het hoogste levensdoel was voor hem de eenwording met Christus, en alle andere dingen, zelfs andere mensen, zouden hier alleen maar van afleiden. Dat betekent niet dat hij een volstrekte solipsist was. De vriendenkring van Van Lodenstein bestond onder andere uit Anna Maria van Schurman, Jacobus Koelman, de Utrechtse hoogleraar theologie Andreas Essenius en zijn Utrechtse hoogleraar theologie Andreas Essenius en zijn Utrechtse collegadominee's Justus van den Boogaart en Abraham van de Velde.

Vlak voor zijn dood, in 1677, verscheen zijn enige verzamelbundel: 'Uyt-spanningen' (1676). Deze was voor het grootste gedeelte gevuld met liederen over bijbelse of stichtelijke onderwerpen. De bundel werd tot diep in de achttiende eeuw regelmatig herdrukt.

 

 

Grootsheyd des levens uit 'Uyt-spanningen' (1676)

Waar heen mijn hert? gy steygert niet / maar stijgt
En hijgt oock sonder trappen opwaarts: sijgt
Gemetlijck raad ick u / want so gy op
Den top

In vollen runn comt / en daar meent te staan:
't Sal wislijck tegen uwe mening gaan /
Want uwen drift drijft u op 't hoogste weer
Ter neer.

En als gy dan aan 't rollen sijt: Oh! oh!
Uw vaart vergroot uw val: dies seg ick nog
Sta stil / en schouwt u self; ick wedd' gy siet
Een Niet.