Anna Maria van Schurman

1607 - 1678

Anna Maria van Schurman (Keulen, 1607 - Wieuwerd, 1678) was dichter, humanist, taalkundige, theologe, kunstenares en insectenkundige. In het jaar 1636 was ze de eerste vrouwelijke studente van de Utrechtse Universiteit, en daarmee ook de eerste vrouw in Europa die ging studeren.

Van Schurman leefde het grootste gedeelte van haar leven in Utrecht. Een gevelsteen in het pand Achter de Dom 8 in Utrecht herinnert nog aan één van de adressen waar ze woonde. Ze kon al vanaf haar vierde levensjaar lezen en toen van Schurman zeven jaar oud was maakte ze haar eerste papierknipkunst. Haar knipkunst is in het Stedelijk museum ’t Coopmanhûs (Friesland) te bekijken.

Van Schurman schreef al jong poëzie en kwam in contact met Jacob Cats, Anna Visscher, Jacob Revius en Constantijn Huygens. In het jaar 1636 was ze de eerste vrouwelijke studente van de Utrechtse Universiteit en daarmee ook de eerste vrouw in Europa die ging studeren. Naar aanleiding van haar Latijnse verhandeling over de aanleg van vrouwen voor wetenschap en literatuur werd ze op de Universiteit aangenomen. De strenge calvinist Voetius liet speciaal voor haar een nis met gordijn aanleggen zodat haar aanwezigheid de mannen niet zou afleiden. Van Schurman had belangstelling voor de literatuur en allerlei wetenschappen, waaronder theologie. Ze blonk uit in de studie van vreemde talen: Frans, Duits, Engels, Latijn, Grieks, Hebreeuws, Chaldeeuws, Aramees, Ethiopisch, Arabisch en Syrisch.

Van Schurman schreef gedichten in diverse talen, zoals Frans, Latijn, Nederlands en Hebreeuws. Ze schreef onder andere een loflied op de Utrechtse Universiteit dat haar internationale waardering bracht en waarin zij haar seksegenoten aanspoorde tot studie, alsmede het beroemde ‘O Utrecht, lieve stadt, hoe soud ick u vergeeten’ – eigenlijk een briefgedicht dat alleen bestemd was voor haar vriendenkring.

In 1669 sloot zij zich aan bij de mystieke sekte van de Labadisten en vertrok naar Amsterdam. Omdat de sekte daar niet welkom was, kwam de groep na omzwervingen in Denemarken terecht. Vervolgens trokken ze naar Friesland om zich daar te vestigen. Anna Maria van Schurman overleed op 70-jarige leeftijd.


‘Gedicht van dank aan Jacob Cats’ (1632)


De gifte die ik roem, en niet genoeg kan roemen,
bekleedt de waardste plaats van ’tgeen ik ‘mijn’ mag noemen
het uiterlijk sieraad, ’t goud dat van buiten glimpt
is maar den laagsten trap, waarvan men hoger klimt.
Daarbinnen leit de kern van deze schat verborgen,
doch zo verborgen heet ’tgeen doorbreekt als den morgen,
een kostelijken peerl, waar ’t goud de schel van is,
van oorspronk ongelijk, en zo ik niet en mis,
het een is uit den schoot der aarden voortgekomen,
en ’t ander uit den glans des hemels dauw genomen.
Zulks is ook dit juweel: den hemel geeft het licht
dat bliksemt overal, in dit vermaard gedicht.
 

Foto: CC Wikipedia

Opnames

Nog geen opnames beschikbaar.

Bibliografie

Amica dissertatio inter Annam Mariam Schurmanniam et Andream Rivetum de capacitate ingenii muliebris ad scientias (1638)
Paelsteen van den tijt onzes levens (1639)
Opuscula Hebraea Graceca Latina et Gallica, prosaica et metrica (1648)
Eucleria, seu melioris partis election (1684)
De ovenpaal. (Een kommentaar bij de kaart van het Nederlandse taalgebied) (1972)

Links