Belle van Zuylen

1740 - 1805

Belle van Zuylen (Zuilen, 1740 - Colombier, 1805) is romancier en scenariste. Zij debuteerde in 1763 met de novelle 'Le Noble', in 2013 vertaald als 'De edelman'.

Belle van Zuylen werd in 1740 in Zuilen geboren. Haar echte naam was Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken. Internationaal is zij bekend onder de naam Isabelle de Charrière. Van Zuylen werd in een adelijke familie geboren en groeide op in Utrecht, aan de Vecht. Tot haar 31e woonde ze in Slot Zuylen, behalve in de winter: dan woonde de familie in een grachtenpand aan de Kromme Nieuwegracht. De docentenkamer van het Schoevers Instituut was destijds de balzaal van het ouderlijk huis.

Ze werd thuis onderwezen door Zwiterse, Franstalige, gouvernantes en gouverneurs. Voor haar tiende levensjaar vertrok ze met haar gouvernante Jean-Louise Provest naar Genève om daar een jaar Franse les te krijgen. Ook werd zij door haar ouders gestimuleerd bij haar lessen Engels, Latijn, Italiaans, muziek, natuurkunde, wiskunde en godsdienstlessen voor haar belijdenis. Mede daardoor was zij beter opgeleid dan de meeste vrouwen -en vaak ook mannen- uit haar tijd.

Op tweeëntwintigjarige leeftijd (1762) publiceerde ze -anoniem- haar eerste novelle, 'Le Noble' (De edelman). Haar ouders waren er niet blij mee toen het verhaal in boekvorm verscheen, omdat haar ideeën met de traditionele opvattingen van haar familie en stand botste. De novelle verhaalt van een jonge vrouw die via een raam vlucht voor een gearrangeerd huwelijk. Zij bewerkstelligt een zachte landing door alle familieportretten op een hoop te gooien en daar bovenop te springen. In 1769 werd 'Le Noble' tot opera bewerkt en opgevoerd in de Fransche Comedie in Den Haag.

Ze wees een huwelijk met James Boswell af, omdat hij haar alle overige contact met mannen zonder zijn toestemming wilde verbieden. Dit was voor Belle echter geen optie omdat zij druk correspondeerde, met onder meer Benjamin Constant en Pierre-Alexandre du Peyrou. Ook rasfeministe Madame De Staël behoorde tot haar penvrienden. Van Zuylen verklaarde geen talent voor 'ondergeschiktheid' te hebben. In 1771 trouwde van Zuylen uiteindelijk met de voormalig huisleraar van haar broers, Charles Emmanuel de Charrière. Kort na hun huwelijk vestigden ze zich in Zwitserland, waar ze het grootste deel van haar verdere leven doorbracht en ook het merendeel van haar oeuvre schreef. Het huwelijk bleef kinderloos.

Op verzoek van Pierre-Alexandre du Peyrou werkte ze van 1789 tot 1790 mee aan de ‘correcte’ uitgave van het tweede deel van 'Bekentenissen', de autobiografie van Rousseau.

Belle van Zuylen overleed op 65-jarige leeftijd in haar huis in Colombier, Zwitserland. In het jaar 2004 werd ze uitgeroepen tot grootste Utrechter aller tijden.

 

 

Brief aan Henriette l'Hardy, augustus 1791

"[...] Vergeet je vrienden niet. Vergeet je talent niet. Je geest blijft frisser, je karakter edeler, zuiverder, vriendelijker, als je van tijd tot tijd alleen bent, je eigen gedachten en die van anderen nog eens overpeinst, over de dingen en hun omstandigheden nadenkt. Ik heb mij altijd voorgesteld dat in welke positie ook, men zich niet vervolmaakt, als men er nooit toe komt te mediteren; dat de tuinman de tijd moet hebben om over het kweken van zijn planten na te denken en niet altijd met het kweken bezig moet zijn, de schilder niet altijd moet schilderen, maar van tijd tot tijd ver van zijn penselen en zijn ezel over zijn kunst moet mediteren. - Wat heb ik gezegd? Wat heb ik gedacht? Wat mag ik zeggen? Wat is verstandig te denken? Dat is wat je je soms moet afvragen; op die manier ga je nooit te ver of zonder het te weten een teleurstellende of gevaarlijke kant uit... Ik heb dat al degenen voor wie ik belangstelling had altijd aanbevolen. Daarentegen kan ik de aanbeveling die ik duizend maal heb gehoord: ‘Je moet altijd bezig zijn, altijd iets doen!’ niet uitstaan, zelfs als zij tot kinderen gericht is."

Foto: Jens Juel (CC)

Opnames

Nog geen opnames beschikbaar.

Bibliografie

Lettres neuchâteloises (1784)
Lettres de Mrs Henley (1784)
Bien-né. Nouvelles et anecdotes. Apologie de la flatterie (1788)
Le Noble - Conte moral (1762)
Lettres écrites de Lausanne (1785)
Caliste ou continuation de Lettres écrites de Lausanne (1787)
Réflexion sur la générosité et sur les Princes (1788)
Plainte et défense de Thérèse Levasseur (1789)
Trois Femmes (1795)
Honorine d'Userche: nouvelle de l'Abbé de La Tour (1795)
Sainte-Anne (1799)
Sir Walter Finch et son fils William (1806)
Lettre à M. Necker sur son administration (1791)
L’émigré, comédie en trois actes (1793)
Lettres trouvées dans des portefeuilles d’émigrés (1793)
Le Noble - Conte moral (Amsterdam: Uitgeverij Meulenhoff, 1986)
Triste contradiction. Portrait de Zélide (Inl. en vert. Kees van Strien) (Leiden: Uitgeverij Kopwit, 2005)
Brieven van Mrs. Henley (In: Alles of Niets) (Amsterdam: Uitgeverij Meulenhoff, 1986)
Brieven uit Neuchâtel (Vert. en nawoord Leo van Maris) (Amsterdam: Uitgeverij L.J. Veen, 1997)
Cécile (In: Alles of Niets) (Amsterdam: Uitgeverij Meulenhoff, 1986)
De geschiedenis van Caliste (In: Alles of Niets) (Amsterdam: Uitgeverij Meulenhoff, 1986)
Over de noodzaak van edelmoedigheid, in het bijzonder voor vorsten (Inl. en commentaar Madeleine van Strien. Vert. Suzan van Dijk) (Oestgeest: Genootschap Belle de Zuylen, )
Aanklacht en verweer van Thérèse Levasseur (In: Alles is mode) (Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot, 1989)
Trois Femmes (Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot, 1979)
Honorine d'Userche. Als liefde aan het taboe ten ondergaat (Vert. en inl. Simone en Pierre Dubois) (Den Haag: Uitgeverij Nijgh & van Ditmar, 1985)
Mijnheer Sainte Anne (Vert. Johanna van Schouten) (Amsterdam: Uitgeverij Querido, 1985)
Brief van Walter Finch aan zijn zoon (Vert. en inl. Simone en Pierre Dubois) (Den Haag: Uitgeverij Nijgh & van Ditmar, 1987)
Verzameld werk: Œuvres complètes (Éd. J-D. Candaux, C.P. Courtney, Pierre et Simone Dubois, P. Thompson, J. Vercruysse, D.M. Wood, M. Flothuis et M. Gilot. (Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot, 1979-1984)

Links